Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Hilvarenbeek

woensdag 24 december 2025
Type bekendmaking: beleidsregel



Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Hilvarenbeek

Gelet op:

  • -

    Dat het college opvang en een financiële ondersteuning aan ontheemden uit Oekraïne wenselijk en noodzakelijk acht, voor zover deze ontheemden niet (via inkomsten uit arbeid of uitkering) zelf in hun bestaan kunnen voorzien;

  • -

    De Regeling opvang ontheemden Oekraïne, met name de artikelen 2, 2a, 2b, 6, 7, 8, 10, 11, 11a, 12 en 13;

  • -

    Artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat het college de mogelijkheid biedt om beleidsregels vast te stellen. Het college wil met onderhavige beleidsregels voorzien in de geboden mogelijkheid tot lokale invulling waar de RooO die toestaat;

  • -

    Titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin het vaststellen van bestuurlijke schulden en de invordering daarvan is geregeld;

Stelt het college vast, de

 

Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Hilvarenbeek

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    Wet: Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne (TWOO);

  • b.

    Regeling: Regeling Opvang Ontheemden Oekraïne (RooO);

  • c.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek;

  • d.

    Ontheemde: de ontheemde bedoeld in artikel 1 sub c van de Regeling, die in Nederland verblijft op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming;

  • e.

    Leefgeld: een financiële toelage als bedoeld in artikel 6 lid 1 sub b en artikel 12 lid 1 van de regeling;

  • f.

    Eigen bijdrage: een vergoeding in de kosten van de gemeentelijke opvang van de meerderjarige ontheemde alsmede van diens medejarige gezinslid, als bedoeld in artikel 8 van de regeling;

  • g.

    Inkomen:

    • Inkomen uit arbeid in loondienst of als zelfstandige in binnen- of buitenland;

    • Inkomsten uit een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Toeslagenwet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, alsmede een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen en de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.

  • h.

    Buitengewone kosten: noodzakelijke kosten die vanwege hun aard of hoogte in redelijkheid niet geacht worden door de ontheemde zelf te kunnen worden gedragen, waaronder begrepen:

    • Reiskosten medische redenen;

    • Vertaling verblijfsdocumenten en bijbehorende reiskosten;

    • Reiskosten schoolgaande kinderen;

    • Reisproduct studenten zonder startkwalificatie;

    • Studiekosten studenten zonder startkwalificatie;

    • Kosten verblijf instelling langdurige zorg;

    • Medische kosten;

    • Dieetkosten;

    • Bijdrage sociale activiteiten kinderen tot 18 jaar.

  • i.

    Gezin: tot een gezin behoren:

    • echtgenoten of aan gehuwden gelijkgestelde partners;

    • hun minderjarige kinderen, mits ongehuwd en van hen afhankelijk;

    • een ouder of voogd die volgens het recht of de praktijk in Nederland verantwoordelijk is voor de minderjarige en ongehuwde kinderen.

  • j.

    Gemeentelijke opvang: een opvangvoorziening als bedoeld in artikel 1 sub g van de regeling;

  • k.

    Particuliere opvang: een opvangvoorziening als bedoeld in artikel 1 sub h van de regeling.

  • l.

    Startkwalificatie: een startkwalificatie is een diploma havo, vwo, mbo niveau 2 of hoger.

Artikel 2 Aanvraag leefgeld

  • 1.

    Het college verstrekt op aanvraag van de ontheemde leefgeld aan de ontheemde en zijn gezin.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, kan de aanvraag namens de ontheemde worden gedaan door een daartoe aangewezen persoon of hulpverlenende instantie.

  • 3.

    Een aanvraag kan schriftelijk worden ingediend door middel van het daartoe bestemde formulier.

Artikel 3 Recht op leefgeld

  • 1.

    Een recht op leefgeld bestaat jegens de ontheemde, die

    • a.

      in de gemeente is ingeschreven in de BRP, en;

    • b.

      verblijft in een gemeentelijke opvang of in een particuliere opvang, en;

  • 2.

    Geen recht op leefgeld bestaat jegens de ontheemde

    • a.

      die verblijft in een door hemzelf gehuurde of gekochte woning;

    • b.

      die tevens de Nederlandse nationaliteit bezit;

    • c.

      van wie rechtens de vrijheid is ontnomen;

    • d.

      aan wie de tijdelijke bescherming wordt geweigerd vanwege het bepaalde in artikel 28 van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming;

    • e.

      Een netto-inkomen ontvangt dat meer bedraagt dan 115% van het normbedrag aan leefgeld.

Artikel 4 Ingangsdatum leefgeld

Het leefgeld wordt toegekend per:

  • a.

    de datum van inschrijving in de BRP van de gemeente Hilvarenbeek;

  • b.

    de eerste van de maand volgend op de maand van aanvraag in het geval de ontheemde afkomstig is uit een andere gemeente binnen Nederland en aldaar leefgeld ontving;

  • c.

    de dag volgend op de laatste dag waarop door de ontheemde inkomsten uit arbeid, uitkering of inkomsten als zelfstandige is ontvangen.

Artikel 5 Hoogte leefgeld

  • 1.

    De hoogte van het leefgeld wordt bepaald conform artikel 10 van de Regeling voor een ontheemde in een gemeentelijke opvang of artikel 12 van de Regeling voor een ontheemde in een particuliere opvang.

  • 2.

    Het leefgeld wordt naar rato bepaald conform de 115%-norm. Het leefgeld wordt verminderd met het verschil tussen 115% van het normbedrag voor leefgeld (minus het netto-inkomen van de ontheemde) en het volledige leefgeldbedrag dat zou gelden als de ontheemde geen inkomen zou hebben.

  • 3.

    Het leefgeld wordt verstrekt per volledige maand, behoudens;

    • a.

      in de maand van eerste toekenning van leefgeld, waarbij het leefgeld naar rato van het aantal dagen in de maand waarop de ontheemde aan de voorwaarden voor leefgeld voldoet wordt verstrekt;

    • b.

      in de maand waarin een minderjarig kind in een gezin de leeftijd van 18 jaar bereikt, waarbij het leefgeld van het gezin naar rato van het aantal dagen waarop het gezin aan de voorwaarden voor leefgeld voldoet wordt verstrekt.

Artikel 6 Betaling leefgeld

  • 1.

    Het leefgeld wordt op de eerste dag van de maand uitbetaald.

  • 2.

    Uitbetaling van het leefgeld vindt plaats op een op naam van de ontheemde geopende Nederlandse bankrekening.

  • 3.

    Ontheemden die nog niet beschikken over een bankrekening ontvangen het leefgeld in de vorm van een contante betaling op een vooraf kenbaar gemaakt tijdstip.

Artikel 7 Beëindiging of beperking leefgeld

  • 1.

    De verstrekking van het leefgeld wordt beëindigd indien de ontheemde:

    • a.

      inkomsten uit arbeid in loondienst of als zelfstandige in Nederland of in een ander land heeft die meer bedraagt dan 115% van het normbedrag aan leefgeld;

    • b.

      inkomsten uit een loondervingsuitkering en/of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt wat meer bedraagt dan 115% van het normbedrag aan leefgeld;

    • c.

      gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van of namens het college om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling;

    • d.

      inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt;

    • e.

      geen gebruik meer maakt van de opvang omdat opvang elders is voorzien;

    • f.

      de opvang definitief verlaat of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de opvang is verschenen;

    • g.

      ernstig inbreuk maakt op de verplichtingen, genoemd in artikel 6, derde lid van de regeling;

    • h.

      een ernstige vorm van geweld pleegt jegens medebewoners die in dezelfde opvangvoorziening verblijven, aan personen die werkzaam zijn in de voorziening, of aan anderen.

  • 2.

    Indien de in het eerste lid bedoelde ontheemde meerderjarig is en deel uitmaakt van het gezin, dan eindigt de verstrekking van het leefgeld van het gehele gezin.

  • 3.

    Indien de in het eerste lid bedoelde ontheemde minderjarig is, dan eindigt uitsluitend de verstrekking van het leefgeld van de minderjarige.

  • 4.

    Indien één persoon vertrekt of enkele personen van het gezin vertrekken of langer dan 28 dagen niet in de opvangvoorziening zijn verschenen, wordt de hoogte van het leefgeld aangepast naar de situatie van het gezin dat nog wel in de opvangvoorziening verblijft.

  • 5.

    De beëindiging gaat in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin van één of meer van de bovengenoemde omstandigheden zijn gebleken.

  • 6.

    Bij inkomsten uit arbeid in loondienst of als zelfstandige in Nederland of in een ander land die lager zijn dan 115% van het normbedrag, wordt het leefgeld naar rato ingetrokken, zolang het netto-inkomen van de ontheemde 115% van het naar rato ingetrokken leefgeld bedraagt.

Artikel 8 Inlichtingenplicht

  • 1.

    De ontheemde is verplicht om onverwijld uit eigen beweging, dan wel uiterlijk binnen twee weken nadat door of namens het college hierom is verzocht, mededeling te doen over zijn inkomsten en gezinssamenstelling. De ontheemde is tevens verplicht om in geval van verandering in inkomsten of gezinssamenstelling het college daarvan onverwijld mededeling te doen.

  • 2.

    De mededeling als bedoeld in het eerste lid kan door de ontheemde schriftelijk worden gedaan via het daarvoor bestemde wijzigingsformulier, dat kan worden ingeleverd bij de afdeling Werk en Inkomen.

Artikel 9 Terugvordering leefgeld

  • 1.

    Het college vordert in principe het teveel of ten onrechte verstrekte leefgeld terug van de ontheemde, tenzij er dringende redenen zijn om hiervan geheel of gedeeltelijk af te zien.

  • 2.

    Het college vordert niet meer terug dan er verstrekt is.

Artikel 10 Invordering leefgeld

  • 1.

    Het gelijktijdig met het terugvorderingsbesluit afgegeven invorderingsbesluit omvat daarbij het volgende:

    • a.

      de hoogte van de vordering;

    • b.

      de betalingsverplichting om de vordering in zijn geheel te voldoen;

    • c.

      de datum waarop de betalingsverplichting ingaat;

    • d.

      de mogelijkheid voor de ontheemde om binnen 6 weken na verzenddatum van de beschikking als bedoeld in artikel 4:87 Awb een betalingsregeling te treffen.

  • 2.

    Indien de ontheemde uitsluitend een inkomen uit leefgeld ontvangt, wordt de maandelijkse aflossingsverplichting bij een betalingsregeling of beslaglegging bepaald op de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij de ontheemde ten minste blijft beschikken over een bedrag van 95% van het van toepassing zijnde leefgeld.

  • 3.

    Indien de ontheemde een ander inkomen dan leefgeld ontvangt, wordt de maandelijkse aflossingsverplichting in redelijkheid en in verhouding tot de bestedingsruimte van de ontheemde vastgesteld.

Artikel 11 Niet of niet meer voldoen aan de betalingsverplichting

  • 1.

    Indien de ontheemde niet bereid is tot het treffen van een betalingsregeling of een eerder opgelegde betalingsverplichting niet meer nakomt, maant het college hem aan om de verplichting alsnog te betalen, met het verzoek om binnen 2 weken na verzending van de aanmaning te betalen.

  • 2.

    De aanmaning wordt verstuurd in de eerste week van de maand volgend op de maand waarover de ontheemde in gebreke is gebleken.

  • 3.

    Indien de ontheemde niet binnen 2 weken na de eerste aanmaning heeft betaald, wordt de ontheemde in gebreke gesteld en ontvangt hij/zij een ingebrekestelling met de sommatie om binnen 1 week na ontvangst van de ingebrekestelling te betalen.

  • 4.

    Wanneer de ontheemde niet bereid is tot het treffen van een betalingsregeling of een eerder opgelegde betalingsverplichting niet meer nakomt, kan het college de ontheemde dagvaarden voor de bevoegde rechtbank teneinde een executoriale titel te verkrijgen.

  • 5.

    Nadat een executoriale titel is verkregen, kan het college besluiten om tot dwanginvordering over te gaan, door de vordering in handen van een (gerechts)deurwaarder te stellen.

  • 6.

    Het college kan afzien van gerechtelijke stappen wanneer:

    • a.

      De kosten en moeite van gerechtelijke stappen niet opwegen tegen de baten.

    • b.

      De ontheemde naar voldoening redenen kan aanvoeren, aangevuld met bewijsstukken, waarom hij niet kan betalen.

  • 7.

    Het college kan voorzieningen voor de in gebreke blijvende ontheemde intrekken, weigeren, stopzetten, enzovoort, voor zover het voorzieningen betreffen waar de ontheemde niet ingevolge de regeling expliciet recht op heeft.

Artikel 12 Aanvraag vergoeding buitengewone kosten

  • 1.

    Een ontheemde kan een vergoeding ontvangen voor buitengewone kosten, als bedoeld in artikel 11 van de regeling, die hij heeft gemaakt.

  • 2.

    Buitengewone kosten kunnen bestaan uit het volgende:

    • a.

      reiskosten van de ontheemde voor (acute) medische redenen, voor zover deze niet worden vergoed op basis van de Regeling Medische Zorg Ontheemden (RMO);

    • b.

      kosten van een officiële vertaling van verblijfsdocumenten en/of bewijsstukken van de ontheemde en bijbehorende noodzakelijke reiskosten;

    • c.

      reiskosten van de ontheemde voor een verblijfsrechtelijke procedure zoals een bezoek aan de ambassade van Oekraïne of de Immigratie- en Naturalisatiedienst;

    • d.

      vervoersvoorziening voor leerlingen die een middelbare school bezoeken;

    • e.

      reisproduct voor schoolbezoek door ontheemde leerlingen (tot 23 jaar) die volgens de Nederlandse regelgeving nog niet beschikken over een startkwalificatie;

    • f.

      studiekosten waaronder begrepen boeken (jaarlijks) en een laptop (eenmalig) voor ontheemde leerlingen (tot 23 jaar) die volgens de Nederlandse regelgeving nog niet beschikken over een startkwalificatie;

    • g.

      kosten die de ontheemde heeft moeten maken die verband houden met het verblijf in een instelling voor langdurige zorg, als bedoeld in artikel 10, zevende lid van de regeling;

    • h.

      dieetkosten;

    • i.

      medische kosten die niet vanuit de Regeling Medische Zorg Ontheemden (RMO) worden vergoed. Voor de beoordeling van het recht op een vergoeding voor deze medische kosten wordt aangesloten bij de beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid;

    • j.

      bijdrage voor sociale activiteiten voor kinderen tot 18 jaar.

  • 3.

    Buitengewone kosten worden verstrekt met inachtneming van de draagkracht van de ontheemde en diens meerderjarige gezinslid.

  • 4.

    De inkomensgrens voor het bepalen van de draagkracht wordt gesteld op 120% van het normbedrag aan leefgeld plus de eigen bijdrage. De draagkracht uit inkomen bestaat uit al het inkomen boven de inkomensgrens.

  • 5.

    Voor de berekening van de draagkracht uit inkomen wordt aangesloten bij de beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid.

  • 6.

    De draagkracht uit vermogen wordt vastgesteld op basis van alle vermogensbestanddelen, zonder toepassing van een vermogensvrijlating. Voor de draagkracht uit vermogen worden ook de vermogensbestanddelen van ten laste komende kinderen meegeteld.

  • 7.

    Buitengewone kosten worden slechts vergoed als vooraf aan de ontheemde toestemming is verleend voor het maken van deze kosten, met uitzondering van kosten die voortvloeien uit noodsituaties waarin geen mogelijkheid bestond tot het verzoeken om toestemming. De toestemming wordt uitsluitend verleend als de kosten noodzakelijk zijn.

  • 8.

    De vergoeding voor buitengewone kosten wordt op dezelfde manier verstrekt als het leefgeld.

  • 9.

    Voor de beoordeling van de noodzakelijkheid van de kosten wordt aangesloten bij het beleidskader voor bijzondere bijstand als bedoeld in de Participatiewet.

Artikel 13 Opleggen eigen bijdrage

  • 1.

    Het college brengt, met ingang van de eerstvolgende maand, een eigen bijdrage bij de meerderjarige ontheemde alsmede diens meerderjarige gezinslid geheel of gedeeltelijk in rekening, indien de meerderjarige ontheemde of een meerderjarig gezinslid verblijft in een gemeentelijke opvang en:

    • a.

      inkomsten uit arbeid in loondienst of als zelfstandige in Nederland of in een ander land heeft ten hoogte van minimaal 115% van het leefgeld plus de eigen bijdrage;

    • b.

      een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt dat ten hoogte is van minimaal 115% van het leefgeld plus de eigen bijdrage;

    • c.

      gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van of namens het college om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling, of

    • d.

      inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid onderdeel a en b, wordt geen of een lagere eigen bijdrage opgelegd indien het netto inkomen van de meerderjarige ontheemde en diens meerderjarige gezinslid tezamen onder aftrek van de eigen bijdrage minder bedraagt dan 115% van de op de ontheemde toepasselijke leefgeldnorm.

  • 3.

    De eigen bijdrage wordt door middel van een beschikking opgelegd aan de meerderjarige ontheemde en, indien van toepassing, diens meerderjarige gezinslid.

Artikel 14 Hoogte eigen bijdrage

De hoogte van de eigen bijdrage wordt vastgesteld op het bedrag als bedoeld in artikel 8 lid 2 van de regeling.

Artikel 15 Ingangsdatum eigen bijdrage

De eigen bijdrage wordt opgelegd vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin één of meer van de omstandigheden als bedoeld in artikel 13 van deze beleidsregels is gebleken.

Artikel 16 Betaling eigen bijdrage

  • 1.

    De eigen bijdrage is maandelijks achteraf verschuldigd.

  • 2.

    De eigen bijdrage dient uiterlijk op de laatste dag van de maand te zijn betaald door overmaking op de daartoe gewezen bankrekening van de gemeente Hilvarenbeek.

  • 3.

    Onder betaling als bedoeld in het tweede lid wordt bedoeld de feitelijke bijschrijving van de eigen bijdrage op de bankrekening van de gemeente Hilvarenbeek.

Artikel 17 Niet of niet meer voldoen aan de eigen bijdrage

  • 1.

    Wanneer een ontheemde de verplichting om een eigen bijdrage als bedoeld in artikel 13 te betalen niet nakomt, maant het college hem aan om de eigen bijdrage(n) alsnog te betalen, het verzoek om binnen 2 weken na verzending van de aanmaning te betalen.

  • 2.

    De aanmaning wordt verstuurd in de eerste week van de maand volgend op de maand waarover de ontheemde in gebreke is gebleken.

  • 3.

    Wanneer de ontheemde niet binnen 2 weken na de eerste aanmaning heeft betaald, stuurt het college een tweede aanmaning, met het verzoek om binnen 1 week na verzending van de aanmaning te betalen.

  • 4.

    Wanneer de ontheemde niet bereid is tot het treffen van een betalingsregeling of een eerder opgelegde betalingsverplichting niet meer nakomt, kan het college de ontheemde dagvaarden voor de bevoegde rechtbank teneinde een executoriale titel te verkrijgen.

  • 5.

    Nadat een executoriale titel is verkregen, kan het college besluiten om tot dwanginvordering over te gaan, door de vordering in handen van een (gerechts)deurwaarder te stellen.

  • 6.

    Het college kan afzien van gerechtelijke stappen wanneer:

    • a.

      De kosten en moeite van gerechtelijke stappen niet opwegen tegen de baten.

    • b.

      De ontheemde naar voldoening redenen kan aanvoeren, aangevuld met bewijsstukken, waarom hij niet kan betalen.

  • 7.

    Het college kan voorzieningen voor de in gebreke blijvende ontheemde intrekken, weigeren, stopzetten, enzovoort, voor zover het voorzieningen betreffen waar de ontheemde niet ingevolge de regeling recht op heeft.

Artikel 18 Onevenredig nadeel

  • 1.

    Het college zal slechts overgaan tot een toetsing op onevenredig nadeel wanneer de ontheemde een zienswijze indient op het voornemen of bezwaar maakt tegen de beschikking en daarbij een beroep doet op de hardheidsclausule.

  • 2.

    Het college zoekt voor wat betreft (de wijze van beoordeling van) het onevenredig nadeel - zonder verdere aanvulling daarvan - aansluiting bij alles wat over onevenredig nadeel is opgenomen in de handreiking Verhoging eigen bijdrage voor Ontheemden uit Oekraïne van het Ministerie van Asiel en Migratie.

Artikel 19 Arbeidsinschakeling

  • 1.

    Het college kan op aanvraag begeleiding en ondersteuning bieden ten behoeve van de ontheemde die dit naar het oordeel van het college nodig heeft bij de arbeidsinschakeling.

  • 2.

    Begeleiding en ondersteuning worden alleen geboden wanneer de ontheemde deze nodig heeft om werk te vinden of zijn positie op de arbeidsmarkt te verbeteren. Dit gebeurt uitsluitend als de ontheemde niet zelfstandig werk kan vinden of behouden.

  • 3.

    Er worden geen re-integratiemiddelen beschikbaar gesteld en het college neemt geen kosten op zich voor re-integratieactiviteiten. De ondersteuning is uitsluitend gericht op advisering, begeleiding en bemiddeling.

  • 4.

    De begeleiding en ondersteuning zijn maatwerk en worden afgestemd op de individuele situatie van de ontheemde.

Artikel 20 Hardheidsclausule

Door of namens het college kan met toepassing van artikel 4:84 van de Awb in bijzondere gevallen ten gunste van de ontheemde worden afgeweken van deze beleidsregels, indien toepassing daarvan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 21 Handreiking

In situaties waarin deze beleidsregels niet voorzien, volgt het college de Handreiking ‘’Verhoging eigen bijdrage voor Ontheemden uit Oekraïne’’ van het Ministerie van Asiel en Migratie.

Artikel 22 Overgangsbepaling

Met de invoering van deze beleidsregels geldt een overgangsperiode voor de huidige regels over vervoersvoorzieningen voor scholieren en de draagkrachtbepaling tot en met 31 juli 2026. Vanaf 1 augustus 2026 zijn de nieuwe regels van toepassing op alle aanvragen.

Artikel 23 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking vanaf de dag na publicatie.

  • 2.

    Deze beleidsregels komen in de plaats van Beleidsregels ontheemden Oekraïne.

Artikel 24 Citeertitel

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als ‘’Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Hilvarenbeek’’.

TOELICHTING  

Artikel 1. Begripsbepalingen

Dit artikel bevat definities van termen die in deze beleidsregels worden gebruikt.

 

Artikel 2. Aanvraag leefgeld

De aanvraag kan worden ingediend door één meerderjarig gezinslid namens het gehele gezin. Andere meerderjarige gezinsleden hoeven geen afzonderlijke aanvraag te doen.

 

Artikel 3 Recht op leefgeld

De inschrijving in de BRP bevestigt dat de ontheemde in de gemeente verblijft en geeft de startdatum van het verblijf aan.

 

Volgens de Regeling geldt dat een ontheemde die zelf in zijn huisvesting kan voorzien, geen recht heeft op financiële ondersteuning.

 

Een ontheemde met de Nederlandse nationaliteit wordt niet als vluchteling aangemerkt, omdat hij in zijn eigen land verblijft.

 

Net als bij andere inkomensregelingen (zoals de Participatiewet) bestaat er geen recht op leefgeld tijdens detentie.

 

Artikel 28 van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming bepaalt dat bescherming kan worden geweigerd bij ernstige redenen, zoals oorlogsmisdaden, niet-politieke misdrijven of daden in strijd met VN-beginselen. Ook kan bescherming worden geweigerd als de persoon een gevaar vormt voor de openbare orde.

 

Artikel 4 Ingangsdatum leefgeld

De inschrijfdatum in de BRP geldt als ingangsdatum voor het recht op leefgeld.

 

Artikel 5 Hoogte leefgeld

Per 1 oktober 2025 geldt de nieuwe beleidsnorm van 115%. Deze norm zorgt ervoor dat ontheemden met eigen inkomsten meer overhouden dan wanneer zij alleen leefgeld ontvangen, waardoor er een prikkel blijft om betaald werk te verrichten.

De hoogte van het leefgeld wordt berekend naar rato van het aantal dagen in de maand waarop recht bestaat.

 

Formule:

Uit te keren leefgeld = 115% van de leefgeldnorm – eigen inkomsten (tot maximaal 100% van het leefgeld).

 

Artikel 6 Betaling leefgeld

Mag voor zich spreken.

 

Artikel 7 Beëindiging en beperken leefgeld

Als het inkomen van de ontheemde hoger is dan 115% van het normbedrag aan leefgeld, vervalt het recht op leefgeld. Als het inkomen lager is, wordt het leefgeld naar rato verminderd volgens de formule: uit te keren leefgeld = 115% leefgeldnorm – eigen inkomsten.

 

Als een minderjarig kind (bijvoorbeeld met een krantenwijk) meer verdient dan het voor hem bedoelde leefgeld, eindigt alleen het leefgeld voor dit kind. De rest van het gezin blijft leefgeld ontvangen. De hoogte van het leefgeld voor dit gezin wordt berekend naar de gezinsgrootte zonder dit kind.

 

Een gezin heeft recht op leefgeld in de gemeente waar het verblijft. Bij een vertrek uit de gemeente houdt dan ook het leefgeld op voor die gemeente.

 

De ontheemde wordt geacht zijn permanente verblijf op de opvanglocatie te hebben. Ingevolge de Regeling wordt gesteld, dat wanneer een ontheemde (meer dan) 28 dagen in één kalenderjaar niet aanwezig is geweest op de locatie, hij “dus” elders ook een verblijf heeft en daarom niet zijn vaste, permanente verblijf op de opvanglocatie heeft.

Een ‘’dag’’ betekent een etmaal, inclusief de nacht. Als de ontheemde elke dag het terrein verlaat en later terugkeert, telt dit niet als afwezigheid, tenzij dit structureel gebeurt. In dat geval kan een onderzoek worden gestart, vooral als er geen werk of andere verklaring is voor de afwezigheid.

 

Artikel 8 Inlichtingenplicht

Dit artikel geeft aan in welke situaties en op welke manier de ontheemde verplicht is om mededeling te doen over zijn inkomsten en gezinssamenstelling.

 

Artikel 9 Terugvordering leefgeld

Onterecht ontvangen leefgeld wordt in principe teruggevorderd, tenzij er dringende redenen zijn om hiervan af te zien. Bij de beoordeling worden onder andere de volgende aspecten meegewogen:

 

  • Het aandeel van het college in de oorzaken van de terugvordering.

  • Het aandeel van de ontheemde in de ontstane situatie (bewuste schending, onoplettendheid, etc.)

  • De gevolgen die de terugvordering voor de ontheemde heeft.

Bij de beoordeling van dringende redenen kan worden aangesloten bij jurisprudentie uit zaken met betrekking tot de Participatiewet.

 

Het leefgeld is een netto uitkering, wat betekent dat het bruteren van het bedrag (het omrekenen naar brutobedrag voor belastingen) niet aan de orde is.

 

Artikel 10 Invordering leefgeld

Er wordt van verdere invordering afgezien als de ontheemde is teruggekeerd naar Oekraïne of een ander land.

 

Artikel 11 Niet of niet meer voldoen aan de betalingsverplichting

De onderstaande stappen worden eerst ondernomen alvorens de ontheemde wordt gedagvaard:

  • 1.

    Contact opnemen met de ontheemde of locatiemanager om afspraken te maken over de betaling.

  • 2.

    Het sturen van een herinnering waarin de ontheemde wordt gewezen op de openstaande betalingsverplichting.

  • 3.

    Het sturen van een aanmaning als er na de herinnering geen betaling heeft plaatsgevonden.

Artikel 12 Aanvraag vergoeding buitengewone kosten

Op grond van artikel 11 van de regeling bestaat er mogelijk recht op een vergoeding voor buitengewone kosten. Buitengewone kosten zijn noodzakelijke kosten die vanwege hun aard of hoogte in redelijkheid niet geacht worden door de ontheemde zelf te worden betaald. Voor de beoordeling van de noodzakelijkheid van de kosten kan worden uitgegaan van het beleidskader voor bijzondere bijstand, zoals dat geldt ingevolge de Participatiewet.

 

Bij de bepaling van de draagkrachtgrens voor het vergoeden van buitengewone kosten is gekozen voor een grens van 120% van de leefgeldnorm, vermeerderd met de eigen bijdrage. Dit betekent dat ontheemden boven deze grens hun draagkracht eerst moeten aanwenden voor het betalen van de kosten. Voor mensen met een bijstandsuitkering geldt een vergelijkbare draagkrachtgrens van 120% van de bijstandsnorm, waarmee aansluiting is gezocht. Omdat ontheemden lagere bestaanskosten hebben dan bijstandsgerechtigden, is de draagkrachtgrens vastgesteld op 120% van de leefgeldnorm, vermeerderd met de eigen bijdrage.

 

Artikel 13 Opleggen eigen bijdrage

De eigen bijdrage geldt voor iedere volwassene. Dit betekent dat een meerderjarig echtpaar twee keer de eigen bijdrage moet betalen, voor elk van de partners afzonderlijk.

 

De eigen bijdrage is alleen verschuldigd wanneer het gezamenlijke netto inkomen van de ontheemde en diens meerderjarige partner uit arbeid, zelfstandig werk of een loondervingsuitkering hoger is dan 115% van de leefgeldnorm vermeerderd met de eigen bijdrage. Een loondervingsuitkering is een uitkering die voortvloeit uit tegenwoordige of vroegere arbeid of uit arbeidsongeschiktheid. Zoals ingevolge de WW, ZW, WAO, WIA, Wajong enz.

 

Om werken te stimuleren en lonend te laten zijn, wordt er geen of slechts een gedeeltelijke eigen bijdrage opgelegd als het totale netto inkomen minder bedraagt dan 115% van de leefgeldnorm, vermeerderd met de eigen bijdrage. De formule voor de berekening van de hoogte van het leefgeld is:

 

Eigen bijdrage = (inkomen – 115% leefgeldnorm) : 1,15

 

Minderjarigen, in de meeste gevallen dus de kinderen in een gezin, zijn geen eigen bijdrage verschuldigd. Wanneer een kind 18 jaar wordt, geldt hij als een meerderjarige in een eenpersoons huishouden en is dan wel de eigen bijdrage verschuldigd, mits hij eigen inkomsten heeft.

 

De eigen bijdrage geldt alleen voor ontheemden die in een gemeentelijke opvang verblijven. Ontheemden in een particuliere opvang zijn geen bijdrage verschuldigd, althans niet volgens de Regeling of deze beleidsregels.

 

Artikel 14 Hoogte eigen bijdrage

De maximale eigen bijdrage wordt opgelegd conform artikel 8 lid 2 van de regeling. De hoogte van het inkomen is bepalend voor de hoogte van de eigen bijdrage:

 

Eigen bijdrage = (inkomen – 115% leefgeldnorm) : 1,15

 

Artikel 15 Ingangsdatum eigen bijdrage

Mag voor zich spreken.

 

Artikel 16 Betaling eigen bijdrage

Mag voor zich spreken.

 

Art. 17 Niet of niet meer voldoen aan de eigen bijdrage

Het betalen van de eigen bijdrage is verplicht. Niet-nakoming kan leiden tot onwenselijke gevolgen, zoals spanningen op locaties waar meerdere gezinnen verblijven. Als niet-betalen zonder consequenties blijft, kan dit het draagvlak voor de regeling ondermijnen. Het college moet daarom duidelijke signalen afgeven om naleving te waarborgen.

 

Artikel 18 Onevenredig nadeel

Uitgangspunt is dat ontheemden die voldoende verdienen geen leefgeld ontvangen en de eigen bijdrage volledig betalen. In uitzonderlijke gevallen kan inning leiden tot onevenredig nadeel. In dat geval kan de ontheemde een beroep doen op de hardheidsclausule (artikel 2b, lid 1, RooO).

De gemeente hoeft niet standaard te toetsen; dit gebeurt alleen bij een zienswijze of bezwaar waarin een beroep op de hardheidsclausule wordt gedaan.

De handreiking ‘Verhoging eigen bijdrage ontheemden uit Oekraïne’ bevat een stappenplan voor beoordeling van onevenredig nadeel.

 

Artikel 19 Arbeidsmarktparticipatie

Er is geen wettelijke taak vastgelegd in de begeleiding richting werk, maar er zijn voor gemeenten wel mogelijkheden om Oekraïners te begeleiden richting werk. In de Tweede Kamerbrief van de staatsecretaris is een actieplan gepresenteerd dat onder andere gemeenten aanmoedigt om ontheemden te ondersteunen in hun arbeidsmarktparticipatie. Ook de VNG ondersteunt deze richting en adviseert gemeenten om begeleiding naar werk vast te leggen in hun eigen beleid.

 

Door begeleiding en ondersteuning aan te bieden aan ontheemden die niet zelfstandig werk kunnen vinden of behouden, wordt de nadruk gelegd op het versterkten van de zelfredzaamheid. Het college wil ontheemden in staat stellen om op eigen kracht deel te nemen aan de arbeidsmarkt, zodat ze niet afhankelijk worden van langdurige (financiële) gemeentelijke steun.

 

Artikel 20 Hardheidsclausule

Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om af te wijken van de beleidsregels in situaties waarin toepassing van deze regels zou leiden tot onbillijke uitkomsten voor de ontheemde. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij uitzonderlijke, moeilijk te voorzien omstandigheden die niet door de beleidsregels worden gedekt. Het doel van de hardheidsclausule is te voorkomen dat de regels leiden tot onterecht harde of onredelijke gevolgen.

 

Artikel 21 Handreiking

De handreiking dient als aanvulling op deze beleidsregels. Zij biedt richting wanneer het beleid moet worden toegepast op situaties die niet expliciet in de regels zijn opgenomen.

 

Artikel 22 Overgangsbepaling

Deze overgangsbepaling geldt voor lopende vervoersvoorzieningen die tot het einde van het schooljaar 2025/2026 blijven bestaan. Met de invoering van de draagkrachtbepaling kunnen sommige ontheemden mogelijk niet langer aanspraak maken op een vervoersvoorziening. De draagkrachtbepaling houdt in dat ontheemden met voldoende inkomsten of middelen mogelijk geen recht meer hebben op deze voorziening. De overgangsbepaling biedt een ruime periode waarin ontheemden zich kunnen aanpassen aan de nieuwe regels.

 

Artikel 23 Inwerkingtreding

Dit artikel geeft aan wanneer de beleidsregels in werking treden en vervangt de eerdere beleidsregels.

 

Artikel 24 Citeertitel

Mag voor zich spreken.