Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Hilvarenbeek
Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Hilvarenbeek
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
- b.
- c.
- d.
- e.
- f.
- g.
- •
- •
Inkomsten uit een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Toeslagenwet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, alsmede een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen en de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.
- h.
- i.
- j.
- k.
- l.
- 1.
De ontheemde is verplicht om onverwijld uit eigen beweging, dan wel uiterlijk binnen twee weken nadat door of namens het college hierom is verzocht, mededeling te doen over zijn inkomsten en gezinssamenstelling. De ontheemde is tevens verplicht om in geval van verandering in inkomsten of gezinssamenstelling het college daarvan onverwijld mededeling te doen.
- 2.
Artikel 10 Invordering leefgeld
- 1.
- 2.
Indien de ontheemde uitsluitend een inkomen uit leefgeld ontvangt, wordt de maandelijkse aflossingsverplichting bij een betalingsregeling of beslaglegging bepaald op de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij de ontheemde ten minste blijft beschikken over een bedrag van 95% van het van toepassing zijnde leefgeld.
- 3.
Artikel 12 Aanvraag vergoeding buitengewone kosten
- 1.
- 2.
- 3.
- 4.
- 5.
- 6.
- 7.
Buitengewone kosten worden slechts vergoed als vooraf aan de ontheemde toestemming is verleend voor het maken van deze kosten, met uitzondering van kosten die voortvloeien uit noodsituaties waarin geen mogelijkheid bestond tot het verzoeken om toestemming. De toestemming wordt uitsluitend verleend als de kosten noodzakelijk zijn.
- 8.
- 9.
Artikel 13 Opleggen eigen bijdrage
- 1.
Het college brengt, met ingang van de eerstvolgende maand, een eigen bijdrage bij de meerderjarige ontheemde alsmede diens meerderjarige gezinslid geheel of gedeeltelijk in rekening, indien de meerderjarige ontheemde of een meerderjarig gezinslid verblijft in een gemeentelijke opvang en:
- a.
- b.
- c.
- d.
- 2.
In afwijking van het eerste lid onderdeel a en b, wordt geen of een lagere eigen bijdrage opgelegd indien het netto inkomen van de meerderjarige ontheemde en diens meerderjarige gezinslid tezamen onder aftrek van de eigen bijdrage minder bedraagt dan 115% van de op de ontheemde toepasselijke leefgeldnorm.
- 3.
Artikel 14 Hoogte eigen bijdrage
De hoogte van de eigen bijdrage wordt vastgesteld op het bedrag als bedoeld in artikel 8 lid 2 van de regeling.
Artikel 15 Ingangsdatum eigen bijdrage
De eigen bijdrage wordt opgelegd vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin één of meer van de omstandigheden als bedoeld in artikel 13 van deze beleidsregels is gebleken.
- 1.
- 2.
Het college zoekt voor wat betreft (de wijze van beoordeling van) het onevenredig nadeel - zonder verdere aanvulling daarvan - aansluiting bij alles wat over onevenredig nadeel is opgenomen in de handreiking Verhoging eigen bijdrage voor Ontheemden uit Oekraïne van het Ministerie van Asiel en Migratie.
Door of namens het college kan met toepassing van artikel 4:84 van de Awb in bijzondere gevallen ten gunste van de ontheemde worden afgeweken van deze beleidsregels, indien toepassing daarvan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
In situaties waarin deze beleidsregels niet voorzien, volgt het college de Handreiking ‘’Verhoging eigen bijdrage voor Ontheemden uit Oekraïne’’ van het Ministerie van Asiel en Migratie.
Met de invoering van deze beleidsregels geldt een overgangsperiode voor de huidige regels over vervoersvoorzieningen voor scholieren en de draagkrachtbepaling tot en met 31 juli 2026. Vanaf 1 augustus 2026 zijn de nieuwe regels van toepassing op alle aanvragen.
Dit artikel bevat definities van termen die in deze beleidsregels worden gebruikt.
De aanvraag kan worden ingediend door één meerderjarig gezinslid namens het gehele gezin. Andere meerderjarige gezinsleden hoeven geen afzonderlijke aanvraag te doen.
De inschrijving in de BRP bevestigt dat de ontheemde in de gemeente verblijft en geeft de startdatum van het verblijf aan.
Volgens de Regeling geldt dat een ontheemde die zelf in zijn huisvesting kan voorzien, geen recht heeft op financiële ondersteuning.
Een ontheemde met de Nederlandse nationaliteit wordt niet als vluchteling aangemerkt, omdat hij in zijn eigen land verblijft.
Net als bij andere inkomensregelingen (zoals de Participatiewet) bestaat er geen recht op leefgeld tijdens detentie.
Artikel 28 van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming bepaalt dat bescherming kan worden geweigerd bij ernstige redenen, zoals oorlogsmisdaden, niet-politieke misdrijven of daden in strijd met VN-beginselen. Ook kan bescherming worden geweigerd als de persoon een gevaar vormt voor de openbare orde.
Artikel 4 Ingangsdatum leefgeld
De inschrijfdatum in de BRP geldt als ingangsdatum voor het recht op leefgeld.
Per 1 oktober 2025 geldt de nieuwe beleidsnorm van 115%. Deze norm zorgt ervoor dat ontheemden met eigen inkomsten meer overhouden dan wanneer zij alleen leefgeld ontvangen, waardoor er een prikkel blijft om betaald werk te verrichten.
De hoogte van het leefgeld wordt berekend naar rato van het aantal dagen in de maand waarop recht bestaat.
Uit te keren leefgeld = 115% van de leefgeldnorm – eigen inkomsten (tot maximaal 100% van het leefgeld).
Artikel 7 Beëindiging en beperken leefgeld
Als het inkomen van de ontheemde hoger is dan 115% van het normbedrag aan leefgeld, vervalt het recht op leefgeld. Als het inkomen lager is, wordt het leefgeld naar rato verminderd volgens de formule: uit te keren leefgeld = 115% leefgeldnorm – eigen inkomsten.
Als een minderjarig kind (bijvoorbeeld met een krantenwijk) meer verdient dan het voor hem bedoelde leefgeld, eindigt alleen het leefgeld voor dit kind. De rest van het gezin blijft leefgeld ontvangen. De hoogte van het leefgeld voor dit gezin wordt berekend naar de gezinsgrootte zonder dit kind.
Een gezin heeft recht op leefgeld in de gemeente waar het verblijft. Bij een vertrek uit de gemeente houdt dan ook het leefgeld op voor die gemeente.
De ontheemde wordt geacht zijn permanente verblijf op de opvanglocatie te hebben. Ingevolge de Regeling wordt gesteld, dat wanneer een ontheemde (meer dan) 28 dagen in één kalenderjaar niet aanwezig is geweest op de locatie, hij “dus” elders ook een verblijf heeft en daarom niet zijn vaste, permanente verblijf op de opvanglocatie heeft.
Een ‘’dag’’ betekent een etmaal, inclusief de nacht. Als de ontheemde elke dag het terrein verlaat en later terugkeert, telt dit niet als afwezigheid, tenzij dit structureel gebeurt. In dat geval kan een onderzoek worden gestart, vooral als er geen werk of andere verklaring is voor de afwezigheid.
Dit artikel geeft aan in welke situaties en op welke manier de ontheemde verplicht is om mededeling te doen over zijn inkomsten en gezinssamenstelling.
Artikel 9 Terugvordering leefgeld
Onterecht ontvangen leefgeld wordt in principe teruggevorderd, tenzij er dringende redenen zijn om hiervan af te zien. Bij de beoordeling worden onder andere de volgende aspecten meegewogen:
- •
- •
- •
Bij de beoordeling van dringende redenen kan worden aangesloten bij jurisprudentie uit zaken met betrekking tot de Participatiewet.
Het leefgeld is een netto uitkering, wat betekent dat het bruteren van het bedrag (het omrekenen naar brutobedrag voor belastingen) niet aan de orde is.
Artikel 10 Invordering leefgeld
Er wordt van verdere invordering afgezien als de ontheemde is teruggekeerd naar Oekraïne of een ander land.
Artikel 11 Niet of niet meer voldoen aan de betalingsverplichting
De onderstaande stappen worden eerst ondernomen alvorens de ontheemde wordt gedagvaard:
- 1.
- 2.
- 3.
Artikel 12 Aanvraag vergoeding buitengewone kosten
Op grond van artikel 11 van de regeling bestaat er mogelijk recht op een vergoeding voor buitengewone kosten. Buitengewone kosten zijn noodzakelijke kosten die vanwege hun aard of hoogte in redelijkheid niet geacht worden door de ontheemde zelf te worden betaald. Voor de beoordeling van de noodzakelijkheid van de kosten kan worden uitgegaan van het beleidskader voor bijzondere bijstand, zoals dat geldt ingevolge de Participatiewet.
Bij de bepaling van de draagkrachtgrens voor het vergoeden van buitengewone kosten is gekozen voor een grens van 120% van de leefgeldnorm, vermeerderd met de eigen bijdrage. Dit betekent dat ontheemden boven deze grens hun draagkracht eerst moeten aanwenden voor het betalen van de kosten. Voor mensen met een bijstandsuitkering geldt een vergelijkbare draagkrachtgrens van 120% van de bijstandsnorm, waarmee aansluiting is gezocht. Omdat ontheemden lagere bestaanskosten hebben dan bijstandsgerechtigden, is de draagkrachtgrens vastgesteld op 120% van de leefgeldnorm, vermeerderd met de eigen bijdrage.
Artikel 13 Opleggen eigen bijdrage
De eigen bijdrage geldt voor iedere volwassene. Dit betekent dat een meerderjarig echtpaar twee keer de eigen bijdrage moet betalen, voor elk van de partners afzonderlijk.
De eigen bijdrage is alleen verschuldigd wanneer het gezamenlijke netto inkomen van de ontheemde en diens meerderjarige partner uit arbeid, zelfstandig werk of een loondervingsuitkering hoger is dan 115% van de leefgeldnorm vermeerderd met de eigen bijdrage. Een loondervingsuitkering is een uitkering die voortvloeit uit tegenwoordige of vroegere arbeid of uit arbeidsongeschiktheid. Zoals ingevolge de WW, ZW, WAO, WIA, Wajong enz.
Om werken te stimuleren en lonend te laten zijn, wordt er geen of slechts een gedeeltelijke eigen bijdrage opgelegd als het totale netto inkomen minder bedraagt dan 115% van de leefgeldnorm, vermeerderd met de eigen bijdrage. De formule voor de berekening van de hoogte van het leefgeld is:
Eigen bijdrage = (inkomen – 115% leefgeldnorm) : 1,15
Minderjarigen, in de meeste gevallen dus de kinderen in een gezin, zijn geen eigen bijdrage verschuldigd. Wanneer een kind 18 jaar wordt, geldt hij als een meerderjarige in een eenpersoons huishouden en is dan wel de eigen bijdrage verschuldigd, mits hij eigen inkomsten heeft.
De eigen bijdrage geldt alleen voor ontheemden die in een gemeentelijke opvang verblijven. Ontheemden in een particuliere opvang zijn geen bijdrage verschuldigd, althans niet volgens de Regeling of deze beleidsregels.
Artikel 14 Hoogte eigen bijdrage
De maximale eigen bijdrage wordt opgelegd conform artikel 8 lid 2 van de regeling. De hoogte van het inkomen is bepalend voor de hoogte van de eigen bijdrage:
Eigen bijdrage = (inkomen – 115% leefgeldnorm) : 1,15
Artikel 15 Ingangsdatum eigen bijdrage
Artikel 16 Betaling eigen bijdrage
Art. 17 Niet of niet meer voldoen aan de eigen bijdrage
Het betalen van de eigen bijdrage is verplicht. Niet-nakoming kan leiden tot onwenselijke gevolgen, zoals spanningen op locaties waar meerdere gezinnen verblijven. Als niet-betalen zonder consequenties blijft, kan dit het draagvlak voor de regeling ondermijnen. Het college moet daarom duidelijke signalen afgeven om naleving te waarborgen.
Uitgangspunt is dat ontheemden die voldoende verdienen geen leefgeld ontvangen en de eigen bijdrage volledig betalen. In uitzonderlijke gevallen kan inning leiden tot onevenredig nadeel. In dat geval kan de ontheemde een beroep doen op de hardheidsclausule (artikel 2b, lid 1, RooO).
De gemeente hoeft niet standaard te toetsen; dit gebeurt alleen bij een zienswijze of bezwaar waarin een beroep op de hardheidsclausule wordt gedaan.
De handreiking ‘Verhoging eigen bijdrage ontheemden uit Oekraïne’ bevat een stappenplan voor beoordeling van onevenredig nadeel.
Artikel 19 Arbeidsmarktparticipatie
Er is geen wettelijke taak vastgelegd in de begeleiding richting werk, maar er zijn voor gemeenten wel mogelijkheden om Oekraïners te begeleiden richting werk. In de Tweede Kamerbrief van de staatsecretaris is een actieplan gepresenteerd dat onder andere gemeenten aanmoedigt om ontheemden te ondersteunen in hun arbeidsmarktparticipatie. Ook de VNG ondersteunt deze richting en adviseert gemeenten om begeleiding naar werk vast te leggen in hun eigen beleid.
Door begeleiding en ondersteuning aan te bieden aan ontheemden die niet zelfstandig werk kunnen vinden of behouden, wordt de nadruk gelegd op het versterkten van de zelfredzaamheid. Het college wil ontheemden in staat stellen om op eigen kracht deel te nemen aan de arbeidsmarkt, zodat ze niet afhankelijk worden van langdurige (financiële) gemeentelijke steun.
Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om af te wijken van de beleidsregels in situaties waarin toepassing van deze regels zou leiden tot onbillijke uitkomsten voor de ontheemde. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij uitzonderlijke, moeilijk te voorzien omstandigheden die niet door de beleidsregels worden gedekt. Het doel van de hardheidsclausule is te voorkomen dat de regels leiden tot onterecht harde of onredelijke gevolgen.
De handreiking dient als aanvulling op deze beleidsregels. Zij biedt richting wanneer het beleid moet worden toegepast op situaties die niet expliciet in de regels zijn opgenomen.
Deze overgangsbepaling geldt voor lopende vervoersvoorzieningen die tot het einde van het schooljaar 2025/2026 blijven bestaan. Met de invoering van de draagkrachtbepaling kunnen sommige ontheemden mogelijk niet langer aanspraak maken op een vervoersvoorziening. De draagkrachtbepaling houdt in dat ontheemden met voldoende inkomsten of middelen mogelijk geen recht meer hebben op deze voorziening. De overgangsbepaling biedt een ruime periode waarin ontheemden zich kunnen aanpassen aan de nieuwe regels.
Dit artikel geeft aan wanneer de beleidsregels in werking treden en vervangt de eerdere beleidsregels.